Airborne Fulfillment Center – Anne Lawant

 

 

Transcriptie Hoorzitting Jan-Willem Brandt, CEO Foodstuff International. 24 juni 2022, Joint Support Ship Zr. Ms. Karel Doorman, Noordzee:

 

Jan-Willem Brandt: U moet begrijpen dat we alleen maar goede bedoelingen hadden. Wij wilden de wereld voeden. Eindelijk kon dat.

 

Voorzitter Commissie Onderzoek Calamiteit Drie Januari: Noem eerst uw naam en functie.

 

J-WB: Sorry. Jan-Willem Brandt, CEO en oprichter van Foodstuff International.

 

Vz.: Beschrijf Foodstuff International.

 

J-WB: Foodstuff was een idee van mij en Jack Fowler, een studiegenoot aan MIT. Na de studie zagen we meer en meer voedsel-bezorgers rondfietsen. Ik in Den Haag, hij in San Francisco. Maar het hele systeem van die bezorgers met hun aansprakelijkheid en onvoorspelbaarheid, dat kon beter.

 

Vz.: Toen bent u Foodstuff International gestart?

 

J-WB: Het heette eerst Cornucopia. De marketing department vond dat pretentieus.

 

Vz.: Wat was het idee?

 

J-WB: Voedsel. On demand. Overal en altijd. Stel je bent de Everest aan het beklimmen. Ineens denk je “goh, ik wil wel een zak patat”. Je pakt je smartphone en tien minuten later heb je het. Warm, met mayo.

 

Vz.: Hoe wilde u dat bereiken?

 

J-WB: Het was niet zo moeilijk. We gooien iedere dag meer voedsel weg dan nodig is om iedereen die honger lijdt een jaar lang te voeden. Voor de calamiteit, natuurlijk. Het probleem was al lang niet meer schaarste. Maar hoe je het eten bij de mensen krijgt.

 

Vz.: Foodstuff International.

 

J-WB: Vrijwel complete automatisering. Met de juiste ingrediënten en een goede kunstmatige intelligentie kan je de beste topkok vervangen. Niet de beste, maar patat, simpele sushi, een burger, dat kan allemaal.

 

Vz.: En pizza.

 

*moment stilte*

 

J-WB: En pizza. Dus een apparaat bouwen wat die gerechten kan maken is niet het probleem. Maar hoe krijg je het bij de klant? Fast-food ketens waren al aan het experimenteren met drone delivery, maar zagen niet de volledige potentie.

 

Vz.: Wat bedoelt u?

 

J-WB: Zij waren nog steeds gelimiteerd aan een fysieke locatie. Ze wsiten hoeveel locaties per duizend mensen nodig waren, maar dan zit je vast aan vergunningen, aan toevoer-vereisten, alleen al zorgen dat de klanten uitgenodigd worden om naar binnen te gaan en zich niet kapot vervelen terwijl ze wachten is een probleem. Wij hadden de oplossing. Wij gingen de lucht in.

 

Vz.: De lucht in?

 

J-WB: In de hele geschiedenis van de mensheid hebben wij alleen maar in twee dimensies gedacht. Onze kaarten zijn plat. Wij omarmden de derde dimensie. Twee jaar geleden was het prototype klaar: onze eerste Airborne Fulfillment Center, codenaam Beluga. Jack’s zoontje vond de zeppelin een beetje lijken op een witte dolfijn.

 

Vz.: Wat gebeurde er op drie januari jongstleden?

 

J-WB: We hadden ons prototype. Een mobiel restaurant, twee kilometer boven de grond. Maar Jack wilde meer. “Hoe ver kunnen we dit brengen?” Mijn eerste antwoord was een kleine test in een dichtbevolkt gebied. San Francisco, misschien een paar steden in de Randstad. Maar hij schudde zijn hoofd. “Hiermee kunnen wij de wereld voeden. Waarom zouden we wachten?”

 

Vz.: Globale schaal? Waar kwam het geld vandaan?

 

J-WB: Binnen twee jaar zou de helft van de wereldbevolking onze klant zijn. Een enorm potentieel kapitaal om tegen te lenen. De investeerders moesten nummertjes trekken. En de productie van de machines viel eigenlijk wel mee. Bestaande technologie als 3d-printers en zeppelins voegden we samen. De licensing fee van Amazon was eigenlijk nog het duurste.

 

Vz.: En drie januari?

 

J-WB: Dat was onze launch-date. Ons doel was om de voornaamste voedselleverancier van de planeet te worden. Dat bereik je niet met een soft-launch, vragen of er een plek aan tafel was. Nee, wij gingen acht miljard mensen voeden. Acht miljard gratis pizza’s. Eén voor ieder mens op aarde.

 

Vz.: Voorzag u geen problemen?

 

J-WB: De advocaten voorzagen geen problemen die met het juiste juridische team en genoeg geld niet opgelost zouden kunnen worden. Een paar jaar terug had Apple zonder toestemming alle iTunes gebruikers een gratis album van U2 gegeven. Even waren mensen boos, maar Apple maakte nog steeds een omzet van een biljoen. Dat is een miljoen keer een miljoen dollar.

 

Vz.: Wat gebeurde er toen?

 

J-WB: In de aanloop naar drie januari begon de campagne. Jack was daar op tegen, maar mensen moesten weten waarom er ineens gigantische zeppelins boven hun steden en dorpen zweefden. Vandaar de aftelklokken.

 

Vz.: Werden mensen daar niet bang van?

 

J-WB: Tja, mensen zijn altijd bang voor iets nieuws. Op internet circuleerden al snel theorieën over waar die machines naar aftelden. Terwijl onze designers hard hun best hadden gedaan om een vriendelijk font en kleurschema te ontwerpen. En toen was het zover.

 

Vz.: Drie uur ‘s middags, Pacific Standard Time.

 

J-WB: Het moest overal tegelijkertijd, anders was de verrassing verpest, want instant communicatie. En genoeg mensen bleven wakker om te kijken wat er zou gebeuren.

 

Vz.: Boven elk bevolkingscentrum in de wereld hing een zeppelin?

 

J-WB: Ongeveer. We hadden de workflow zo gekregen dat per machine er gemiddeld een miljoen customers geserveerd konden worden. We hadden grotere versies voor de metropolen, kleinere voor het platteland en primitievere, inheemse stammen.

 

Vz.: En de ethische kwesties van het bereiken van deze stammen?

 

J-WB: Ik snap de vraag niet.

 

Vz.: Laten we teruggaan naar drie januari.

 

J-WB: Het aftellen was klaar. De videoschermen en de speakers speelden onze commercial af. Gratis pizza voor iedereen. Het was een groot succes. De YouTube filmpjes kapten het geluid af, zo hard werd er gejuicht. De deuren naar het laadruim gingen open en de pizza-drones vlogen er uit. Vijftig procent pepperoni, veertig procent margherita, tien procent glutenvrij en vegan. Een globale pizza party. Eén voor iedereen op aarde.

 

Vz.: Hoe had u bepaald waar ze heen moesten?

 

J-WB: Dat was de fout. Wij hadden iedereens thuisadres ingevoerd.

 

Vz.: Hoe kwam u daaraan?

 

J-WB: Iedereen die ooit ergens had aangevinkt akkoord te gaan met de License Agreement nadat ze hun adres hadden ingevuld, die hadden wij. En lokale overheden konden met de rest helpen. Maar niet iedereen is altijd thuis.

 

Vz.: Mensen werken, zitten in ziekenhuizen, zijn op bezoek bij anderen.

 

J-WB: Juist.

 

*moment stilte*

 

J-WB: Grote stapels etensresten. Overal. Dorpen, platteland, daar viel het wel mee. Op zijn minst konden de veedieren wel helpen. Maar in de steden, de echt grote steden… Het duurde niet lang voordat de ratten en kakkerlakken kwamen. En ons eten was instant eten. Wij hadden er niet aan gedacht dat het niet binnen een half uur opgegeten zou worden. Of in ieder geval, niet buiten de koelkast bewaard zou blijven. Binnen twaalf uur begon het te rotten.

 

Vz.: Wanneer besloot u de overheden in te schakelen?

 

J-WB: Tegen de tijd dat alle overheden over de hele wereld een concreet plan zouden hebben, zou het al te laat zijn. Die tijd hadden we niet. Ik geloof in persoonlijke verantwoordelijkheid: wij hadden een fout gemaakt, wij moesten het oplossen.

 

Vz.: Wat was de oplossing?

 

J-WB: Nu zie ik dat het een slecht idee was.

 

Vz.: Wat was de oplossing?

 

J-WB: Bij onze ontwikkeling moesten wij de meest strenge voedselregels die er waren aanhouden, anders hadden we het systeem moeten aanpassen per land. Daarom waren er antibiotische schoonmaakmiddelen in al onze zeppelins. Die hebben wij aan de drones gekoppeld en die opnieuw op pad gestuurd.

 

Vz.: Dat klinkt ingewikkeld.

 

J-WB: Het was een simpele omleiding die door de Operating Manager, de enige mens in het schip, werd doorgevoerd.

 

Vz.: En toen?

 

J-WB: Tien uur na de launch, vlogen de drones opnieuw. Zonder pizza’s, met schoonmaakmiddelen. Veel werden neergehaald, de associatie tussen onze drones en het ongedierte en vuil wat de pizza’s waren geworden was nu al enorm sterk. Maar de drones waren robuust, en allemaal sproeiden ze het ontsmettingsmiddel.

 

Vz.: Alle locaties? Ook die minder dichtbevolkte?

 

J-WB: Het was een noodoplossing. Als we nog een paar uur meer hadden gehad, hadden we dat wel gezien. Maar ja, alle locaties. Er is een reden waarom dit soort middelen in de supermarkt vaak als aanwijzing hebben dat je ze eerst moet verdunnen. Anders is het giftig zijn.

 

*moment stilte*

 

J-WB: Het probleem van het ongedierte en de rot was daadwerkelijk opgelost. Maar… iedereen die het spul op hun huid kreeg, kreeg tweedegraads brandwonden. Mensen werden blind. Mensen die het inslikten… en dat waren alleen nog maar de mensen. Het trok in de grond, in de riolering. In het drinkwater.

 

Vz.: De complete, globale landbouw werd in één klap onklaar gemaakt. De steden, onbewoonbaar. De enige plekken waar we nu nog kunnen leven zijn die waar geen mensen waren.

 

J-WB: Ik weet het!

 

Vz.: Ik zeg het voor het officiële stuk.  Driehonderd miljoen doden in de eerste maand. De overgeblevenen leven nu van ingeblikt eten of zijn gedwongen tot kannibalisme. Het totale ecosysteem is vernietigd. De mensheid zal het jaar niet overleven.

 

J-WB: Wij wilden alleen maar helpen…

 

Vz.: U heeft de hongersnood opgelost. De schatting is dat over 116 dagen er niemand meer op aarde zal zijn om honger te hebben. De raad adviseert directe executie voor de heer Jan-Willem Brandt. De zitting is beëindigd.

 

EINDE TRANSCRIPTIE