Fantastische talen

/Fantastische talen

Fantastische talen

Een geconstrueerde taal wordt een constructed language (conlang) of kunsttaal genoemd. Een kunsttaal verschilt van een natuurlijke taal doordat deze bewust door één of meerdere mensen bedacht is en dus niet op een natuurlijke manier tot stand is gekomen. In boeken komen soms ook geconstrueerde talen voor. Zeker binnen de verbeeldingsliteratuur zijn verzonnen talen geen uitzondering. Schrijvers gebruiken zelfbedachte talen om de identiteit van een volk te benadrukken, om een gevoel van vervreemding op te roepen en om een verzonnen wereld realistisch over te laten komen.

Veel kinderen bedenken een eigen taal. Soms gebruiken ze die als geheime code en spreken ze deze taal alleen met een speelkameraadje of broertje of zusje. Kinderen verzinnen ook wel eens een taal van een fantasieland. Dit zijn echter geen complete talen; meestal bestaan ze slechts uit een paar woorden die afwijken van woorden uit hun moedertaal en vaak is er geen grammatica.

Er zijn ook volwassenen die een eigen taal proberen te maken. Sommige pakken dit op een serieuze manier aan. Om een volledig nieuwe taal te maken heb je naast een woordenschat een grammatica nodig die preciseert hoe zinnen gemaakt moeten worden en een klankleer die zegt hoe woorden en zinnen uitgesproken moeten worden. Enkele taalmakers gaan nog verder en bedenken ook de cultuur waarin de taal gesproken wordt.

De functies van taal
Taalkundigen onderscheiden drie belangrijke functies van taal: het is een instrument om mee te denken, om boodschappen mee naar anderen over te brengen en om mee te spelen. Er is geen overeenstemming over de vraag of een van deze functies belangrijker is voor de mens en welke dit dan is. De functies van taal hangen samen met de drie redenen om nieuwe talen te maken.

Taal is in de eerste plaats voor ieder mens een instrument om mee te denken. Filosofen als de Duitse denker Gottfried Wilhelm von Leibniz wilden dat er een taal zou komen die net zo eenduidig is als een wiskundige formule. Waarheden zouden dan van leugens onderscheiden kunnen worden. Ook zou er een een-op-eenrelatie moeten zijn tussen de vorm en de betekenis van het woord. De ideale taal zou exact en eenduidig weer moeten geven wat mensen denken. Het idee dat dit daadwerkelijk kan is inmiddels achterhaald.

Taal is ook een middel waarmee gecommuniceerd kan worden. Een kunsttaal kan de internationale communicatie vergemakkelijken. Dit soort talen zijn vaak gebaseerd op enkele bestaande talen. Ze hebben makkelijk te onthouden woorden en een logisch opgebouwd grammaticaal systeem met weinig of geen uitzonderingen. Het Esperanto is een bekend voorbeeld van een taal die voor dit doel ontworpen is. Dit is echter nooit een succes geworden omdat er slechts een paar mensen zijn die dit soort talen spreken waardoor het nauwelijks de moeite waard is om de taal te leren.

Tegenwoordig worden talen vooral verzonnen door mensen die games of films maken of die schrijven. Zij vinden het leuk om de volken in hun fictieve wereld een bijzondere taal te laten spreken. Een geconstrueerde taal geeft een zelfbedachte magische wereld een extra laag van realiteit. Een taal die verzonnen wordt voor dit doel wordt een artistic language (artlang) genoemd. In games zijn dit bijvoorbeeld het Dovahzul uit The Elder Scrolls V: Skyrim, het Gargish uit de Ultima-spellen en het Simlish uit de verschillende Sims-games. Voorbeelden van talen die ontworpen zijn voor films en series zijn de taal van de Martians uit John Carter, Sisselspraak (de taal van de slangen) uit Harry Potter, het Shiväisith uit Thor: The Dark World, het Klingon of tlhIngan Hol uit Star Trek en het Na’vi uit Avatar.

De talen worden meestal gemaakt door taalwetenschappers. Ze hoeven niet opgebouwd te zijn volgens onze logica en hoeven zelfs niet makkelijk leerbaar te zijn. Ze moeten vooral overkomen als een echte taal terwijl ze ook interessant en buitenaards klinken. Vaak lijken ze meer op natuurlijke talen dan kunsttalen die ontworpen zijn om de internationale communicatie te vergemakkelijken. De makers geven artistieke talen vaak een onregelmatige grammatica om ze op echte talen te laten lijken.

Over het algemeen hebben kunsttalen minder sprekers dan natuurlijke talen, simpelweg omdat slechts weinig mensen willen investeren in het leren van een taal die bijna niemand spreekt. Fans van fantasy doen de moeite soms omdat ze het juist leuk vinden een taal te beheersen die bijna niemand kan lezen en ze het een waardevolle toevoeging vinden aan de beleving van het verhaal. Dit is bijvoorbeeld het geval bij populaire films als Star Trek en Avatar, maar zeker ook bij boeken.

Tolkien, koning der conlangers
De bekendste fantasyauteur die zelfverzonnen talen in zijn verhalen gebruikte is J.R.R. Tolkien. Tolkien was gefascineerd door taal. Hij verzon al talen toen hij klein was en daar is hij nooit mee opgehouden. Hij begon aan een studie klassieke talen en stapte later over op Engels. Na zijn studie werd hij professor Engelse taal- en letterkunde in Oxford. Hij beheerste veel talen redelijk tot goed en kan dus als polyglot beschouwd worden: iemand met een hoge graad van taalbeheersing in verschillende talen. Naast het doceren en analyseren van taal bleef hij zelf talen verzinnen. Volgens het Tolkien Genootschap Unquendor waren voor Tolkien talen onlosmakelijk verbonden met de mythologie van een cultuur.

In zijn volwassen leven bedacht Tolkien twaalf talen en dialecten waarvan fragmenten bekend zijn en een stuk of tien talen met slechts enkele woorden. Zijn bekendste talen zijn echter de twee talen die een zodanige woordenschat en uitgewerkte grammatica hebben dat er teksten mee gemaakt kunnen worden: de Elfentalen Q(u)enya en Sindarijns die in De Hobbit en In de Ban van de Ring voorkomen. Nadat hij deze ontworpen had, creëerde hij er een eigen mythologie omheen. Hij bedacht een compleet scheppingsverhaal voor een wereld die gezien kan worden als een alternatieve versie van onze eigen wereld. In tegenstelling tot veel andere schrijvers bedacht Tolkien dus eigenlijk zijn fantasywereld als plaats waarin de talen die hij verzonnen had gesproken konden worden in plaats van dat hij een taal bedacht die moest passen in een wereld of verhaal. Dit is uniek. Meestal wordt een taal door een auteur bedacht als aanvulling op een wereld of verhaal die hij al verzonnen heeft.

Niet alle talen die Tolkien in zijn verhalen gebruikte heeft hij zelf bedacht. Beroepsmatig hield Tolkien zich het meest bezig met het Angelsaksisch, de voorloper van het moderne Engels dat tussen 400 en 1100 gesproken werd. Deze taal verwerkte hij als vertaling van een Middenaardse taal waar verder niets van bekend is. Het Q(u)enya en Sindarijns baseerde hij op talen die hij mooi vond: het Fins, het Grieks en het Welsh. Schoonheid speelde een grote rol bij het creëren van de elfentalen. Tolkien vond de klank van een taal belangrijk. De elftentalen hebben bewust een bepaalde welluidendheid van hem meegekregen terwijl de Zwarte Taal die door de vertegenwoordigers van het kwaad gesproken wordt als uitgesproken lelijk bedoeld is. Hiermee laat hij doorschemeren hoe er volgens hem over de sprekers van deze taal gedacht moet worden. De talen van Tolkien zijn dus niet alleen bedoeld om een extra laag van realiteit te geven aan zijn fantasywereld en het verhaal, maar voegen ook daadwerkelijk iets toe aan (de interpretatie van) het verhaal. Een verzonnen taal kan een fantasyverhaal dus verdiepen.

Talen in verhalen
Meestal spelen talen niet zo’n grote rol in fantasyverhalen als in In de Ban van de Ring. Natuurlijk is het een belangrijk deel van de cultuur en dus identiteit van een volk en een cruciaal communicatiemiddel, maar in fantasy blijven bedachte talen meestal redelijk op de achtergrond. Een taal maken is immers heel moeilijk. Niet iedereen heeft er de aanleg of het geduld voor. Als schrijver moet je ook keuzes maken; je kunt een fantasywereld zo uitgebreid maken als je wil en als de taal geen cruciale rol in het verhaal speelt dan heeft het niet altijd zin om er een te verzinnen. Bij het uitgeven van een boek kan daarnaast de overweging gemaakt worden of lezers wel moeite willen doen om zinnen in de vreemde taal te gaan begrijpen of dat ze er overheen zullen gaan lezen of zich er zelfs aan gaan ergeren.

Volledig ontwikkelde kunsttalen met een grote woordenschat en een grammaticaal systeem zijn zeldzaam. In de meeste boeken worden slechts enkele woorden of zinnen in een vreemde taal gebruikt. Vaak gaat het dan om spreuken of profetieën en soms om liederen, meestal in een oude taal die in de wereld van het verhaal niet meer gesproken wordt. Dit is bijvoorbeeld het geval in De Wetten van de Magie van Terry Goodkind en Het Rad des Tijds van Robert Jordan. Als het verhaal over een magische wereld binnen onze eigen werkelijkheid gaat dan worden de klassieke talen hier ook wel eens voor gebruikt. Harry Potter van J.K. Rowling is waarschijnlijk de bekendste fantasyserie waarin spreuken voorkomen die gebaseerd zijn op de klassieke talen, met name het Latijn.

De afronding van een verhaal hoeft niet het einde van een verzonnen taal te betekenen. Er zijn fans die hun best doen de talen te leren lezen en als het mogelijk is zelfs te leren spreken. Daarnaast kan de maker besluiten zijn taal verder uit te werken. De Amerikaanse hoogleraar communicatie Paul Frommer die onder andere het Na’vi, de taal uit Avatar, heeft bedacht doet dit op zijn site Na’viteri (‘het Na’vi betreffend’, http://naviteri.org/ ) samen met zijn fans. Dit laat zien dat het voor veel mensen dus vooral heel leuk is om met taal te spelen.

Literatuur:

Oostendorp, Marc van. Kun je een nieuwe taal maken? Over kunsttalen. Geraadpleegd via http://www.taalcanon.nl/vragen/kun-je-een-nieuwe-taal-maken/

Tolkien Genootschap Unquendor. Tolkien en taal. Geraadpleegd via http://unquendor.nl/

About the Author:

One Comment

  1. Saskia 17 maart 2017 at 14:56 - Reply

    Mooi artikel!

Leave A Comment